Dinsdagboek / Leo Platvoet

[ Start ] [ Contact ] [ Sitemap ] [Zoeken]

 

Odyssee Reisgidsen

Monarchie & Republiek 

Herman Gorter

GroenLinks

Een Ander Nederland

Gepubliceerde artikelen

Dualisme

Zuidelijke Kaukasus

Dinsdagboek

Eerste Kamer

Raad van Europa

Emancipatiemachine

Stappen door de Nieuwe Stad

PSP

Reisverslagen

BMC

 

 

Dinsdagboek: november 2005

Dinsdag 22 november 2005

Vandaag zijn de Algemene Politieke Beschouwingen in de Eerste Kamer. Het hele kabinet (nou ja, diegenen die geen goede smoes konden verzinnen om weg te blijven) zit achter de regeringstafel in stapels dossiers en oude kranten te bladeren, terwijl hun aanvoerder Balkenende het regeringsbeleid verdedigt. De fractievoorzitters houden allen een verhaal. En het is altijd hetzelfde patroon: CDA en VVD verdedigen met aan algemeen,  a-politiek verhaal het regeringsbeleid, D66 plaatst wat kritische kanttekeningen, PvdA, GroenLinks en SP hebben kritiek in verschillende toonsoorten. Onze fractievoorzitter, Diana de Wolff, heeft een goed, inhoudelijk verhaal met scherpe kritiek op de vele aspecten van het regeringsbeleid: ‘Het is het gebrek aan engagement van dit kabinet dat mijn fractie het meeste stoort. Geen beleid voor 2 miljoen economisch kwetsbaren. Passiviteit ten opzichte van toenemende segregatie. Niet willen praten over werkelijk noodzakelijke keuzes. Geen Europese initiatieven op het terrein van migratie. Te weinig zichtbare zorg om de toestand in het Midden-Oosten. Wat urgent is blijft liggen. Ministers die dat inzien worden in het gareel gedwongen. Dat is het probleem van Den Haag, autoritaire onverschilligheid.’

Klik voor de hele bijdrage van Diana aan het debat naar: http://www.groenlinks.nl/1ekamer/inbreng/KamerlidInbreng.2005-11-22.5710

Maar eerlijk gezegd ben ik meer bezig met de affaire rond onze fractiegenoot Sam Pormes. Zoals bekend is Sam de vorige avond de wacht aangezegd door het partijbestuur, die hem gevraagd heeft zijn zetel in te leveren. Sam, een uitstekende en beminnelijke collega, heeft vier kwesties aan zijn fiets hangen die regelmatig in de media opduiken en daarmee de nodige schade berokkenen aan zowel zijn persoon als aan GroenLinks. Het gaat dan om veronderstelde deelname in 1976 aan een trainingskamp van het Political Front for the Liberation of Palestine in Zuid-Jemen, betrokkenheid bij de Molukse treinkaping in 1977, een schietpartij op een politieauto in 1982 en het ten onrechte ontvangen van een WW-uitkering. Er is een onderzoekscommissie aan het werk gegaan die de vier kwesties heeft onderzocht. Daarnaast is door de commissie onderzocht in hoeverre Sam de verschillende kandidatencommissies van GroenLinks heeft geďnformeerd over deze voorvallen uit zijn verleden, die later weer kunnen opspelen. Dit onderdeel van het onderzoek leidt tot de –enige- eindconclusie van de commissie dat Sam Pormes ‘ten aanzien van de onderzochte gedragingen niet of onvolledig openheid van zaken heeft gegeven aan GroenLinks’. En dat was reden voor het partijbestuur om gisteravond  het vertrouwen in Sam op te zeggen en, zoals dat formeel heet, de terugroepingsprocedure te starten, d.w.z. hem te vragen zijn zetel op te geven. Ik vind het overigens wel jammer en onverstandig dat Sam niet de gelegenheid kreeg om in die partijbestuursvergadering zijn standpunt toe te lichten.

Sam erkent overigens dat de eindconclusie van de commissie op zich juist is; hij heeft inderdaad in 1999 en 2003 de kandidatencommissies voor de Eerste Kamer niet of niet volledig geďnformeerd over zaken uit zijn verleden, waar hij of de partij last mee zouden kunnen krijgen. Maar daarmee is niet het laatste woord gezegd. Want wat voor Sam erg belangrijk is –en dat kan ik goed begrijpen- is dat hij zich op waardige wijze in de partij kan verantwoorden over de kwesties die in het rapport worden onderzocht.

Ik heb dat rapport uiteraard gelezen en daar zijn best kanttekeningen bij te plaatsen. Overigens: de samenvattende bevindingen zijn openbaar en op de site van GroenLinks te vinden: http://www.groenlinks.nl/partij/bestuur/onderzoeksrapport2

Allereerst de kwestie van het kamp in Zuid-Jemen, waar Pormes als één van de vijftien Nederlanders getraind zou zijn in de fijne kneepjes van de guerrillastrijd. De commissie erkent geen hard bewijs te hebben voor zijn aanwezigheid daar, maar acht voldoende feiten en omstandigheden aanwezig die ‘zijn deelname kunnen dragen’. Het opvoeren van anonieme getuigen als steunbewijs voor een blijkbaar te fragiele onderbouwing vind ik geen sterk nummer van de commissie, nog daargelaten de opvatting van GroenLinks die het opvoeren van anonieme getuigen afwijst. Hoe betrouwbaar zijn die anonieme getuigen?

De commissie voert twee met name genoemde getuigen op, deelnemers aan de training, die zeggen dat Sam in 1976 in Zuid-Jemen was. Eén van hen is Evert van den Berg, die deze getuigenis overigens niet tegenover de commissie heeft afgelegd, maar in 1988 tegenover de schrijvers van het boek ’n Hollandse Stadsguerrilla. Nu ken ik toevallig Van den Berg, want ik was lid van een onderzoekscommissie van het partijbestuur van de PSP, die in 1983 een omstreden voorval in de afdeling Eindhoven heeft onderzocht, waarin Evert van den Berg –in negatieve zin- hoofdrolspeler was. Het voert te ver om hier nu op in te gaan, maar aan de betrouwbaarheid van deze getuige twijfel ik zeer.

De andere getuige, Annie Westebring, heeft wel met de commissie gesproken en is zonder meer positief over de aanwezigheid van Sam in dat kamp. Twijfel zaait zij met haar typering van Sam: zwijgzaam en teruggetrokken, terwijl Sam juist vrij uitbundig en zeer spraakzaam is. Zij herkent hem op een klassenfoto, maar dat is niet erg overtuigend als je weet dat er slechts één zwart jongetje op die foto staat, temidden van vele bleekneuzen.

Een andere getuigenis over een foto doet ook twijfel zaaien. De commissie kon die getuigenis niet mee nemen in haar rapport: het was te zien in de NOVA-uitzending van 21 november jl, die aan de affaire was gewijd. In een serie fragmenten waar de uitzending mee opent komt het ex-RAF-lid Peter-Jürgen Boock aan het woord. Het is een fragment uit de documentaire ‘De Rode Jeugd’ die op het IDFA op 25 november a.s. in premičre gaat en later ook op de IKON-TV zal worden uitgezonden.

Boock is in het fragment met de interviewer op de plek in Zuid-Jemen waar het kamp was – hij was in juli 1976 daar met de vijftien Nederlanders aanwezig. De interviewer laat hem een foto van Pormes zien en vraagt: ‘Herkent u hem op deze foto?’. Boock antwoordt: ‘Ja, maar hij zag er toen heel anders uit’. De interviewer: ‘Het is ’n foto uit die tijd’. Boock: ‘Maar in 't kamp zag ie er anders uit’. Deze getuige lijkt toch de opvatting van Pormes te ondersteunen, nl. dat hij niet de Molukker in dat kamp was.

Waarom sta ik zo lang stil bij deze kwestie? Omdat het kamp in Jemen de ‘motor’ is van de berichten die steeds opduiken. Het klinkt anno 2005 dan ook als een enorme beschuldiging: het volgen van een guerrillatraining in Zuid Jemen. Jammer overigens dat de commissie niet vermeldt dat het volgen van zo’n training niet strafbaar was. Al moet ik daar onmiddellijk aan toevoegen dat dit voor de commissie ook niet het punt was: het gaat om de vraag of Sam liegt met zijn bewering dat hij er niet geweest is. En het harde bewijs dat hij liegt, is niet geleverd. Integendeel, de getuigenis van Boock ondergraaft de bewering van de commissie dat het aannemelijk is.

M.b.t. de mogelijke betrokkenheid van Sam Pormes bij de treinkaping in 1977 baseert de commissie haar oordeel op een uitspraak van de rechter uit 1989, nl. dat de betrokkenheid van Sam Pormes bij de treinkaping bescheiden is geweest.  Het ware beter geweest als de commissie de uitspraak letterlijk had geciteerd: nl. dat er ‘wel enige aanleiding geeft om te veronderstellen dat eiser (= Sam Pormes) in enige vorm van kontakt stond met de treinkapers’ maar dat het stellen dat hij initiatiefnemer uitlokker, of medeplichtige was, ‘onrechtmatig’ is.'

De derde affaire waarmee Pormes in verband wordt gebracht is een schietpartij op een politieauto in 1982. Van de schietpartij zijn tien hiervan verdachte Molukkers, waaronder Sam Pormes, in hoger beroep vrijgesproken. Het rapport benadrukt dat het om een ‘technische vrijspraak’ ging omdat er wel geschoten was, maar het Hof niet bewezen achtte wat met het schieten op de politieauto werd beoogd. Wel achtte het Hof bewezen dat het incident bij Pormes thuis was voorbereid. De tien ontkenden echter elke betrokkenheid. Het openbaar ministerie is niet in cassatie gegaan tegen de vrijspraak in hoger beroep. Daar staat tegenover dat een eis tot schadevergoeding van de vrijgesproken Molukkers is afgewezen.

Een ernstige tekortkoming in de eerste versie van het rapport, op basis waarvan het partijbestuur zijn oordeel velde, is dat de commissie geen gewag maakt van het kort geding dat door de 10 vrijgesproken Molukkers in 1985 is aangespannen tegen een politieagent die in een radioprogramma had gezegd dat zijn collega’s in 1982 door Molukkers waren beschoten. De president stelt de Molukkers in het kort geding in het gelijk. Hij stelt dat de genoemde omstandigheden niet voldoende zijn ‘om aan te nemen dat vaststaat dat politiemannen in hun auto door Molukkers zijn beschoten.’ De president stelt voorts vast dat de schietpartij niet tot ‘enige andere rechterlijke uitspraak heeft geleid’ en ‘daarom moet ook als onwaar worden aangenomen dat Molukkers zich hieraan zouden hebben schuldig gemaakt.’ (In een tweede versie van het rapport wordt deze kort-gedinguitspraak wel genoemd, al vond de commissie het niet nodig er melding van te maken in de 'samenvattende bevindingen'.)

Al deze kanttekeningen nemen niet weg dat Sam de kandidatencommissies ‘ten aanzien van de onderzochte gedragingen niet of onvolledig openheid van zaken heeft gegeven aan GroenLinks’. Wel kun je gaan discusiëren over het woord ‘gedragingen’ in twee gevallen. Want als Sam stelt dat hij niet in Zuid Jemen is geweest en niet betrokken is geweest bij het schiet-incident –en de commissie niet in staat blijkt om het tegendeel te bewijzen- kan er ook geen sprake zijn van ‘gedragingen’. Maar het geldt wel voor de beide andere kwesties – en bovendien zijn het schietincident en het Jemen-kamp wel twee affaires, waarmee hij steeds in verband wordt gebracht en die hij dus wel had moeten melden als risicofactoren.

Sam heeft nu een paar dagen de tijd genomen om te reageren op het verzoek om zijn zetel ter beschikking te stellen. Terecht, want er is natuurlijk veel op hem afgekomen. Ik vind dat hij ook de gelegenheid moet krijgen om zich te verantwoorden en zijn visie op het rapport te geven. Dat recht heeft hij overigens krachtens de reglementen van GroenLinks die bepalen dat het congres in deze kwestie het laatste woord heeft. Het bericht in het Parool van 22 november jl. dat het partijbestuur hem maandag a.s. zal royeren als hij zijn zetel niet voor die tijd heeft opgegeven lijkt me dan ook overspannen. Daartoe is het partijbestuur niet gerechtigd.

Dinsdag 15 november 2005

Eerst een fractievergadering, waarin we uiteraard napraten over de conferentie die onze fractie afgelopen vrijdag heeft belegd over 'vrijheid als ideaal'. In deze publicatie van het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks wordt het begrip vrijheid, vanuit linkse optiek ingevuld. Sommigen zien dit als een verliberalisering of-zo mogelijk nog erger- een verrechtsing van GroenLinks. Dat lijkt me onterechte etikettenplakkerij, maar duidelijk is wel dat in de zendingsdrang van deze vrijheidslievende GroenLinksers de solidariteit wat minder aandacht heeft gekregen. Dat geldt ook voor de discussienota die jl. vrijdag werd gelanceerd, onder de raadselachtige titel vrijheid eerlijk delen. De conferentie was goed bezocht, de discussie geanimeerd maar van wisselend niveau. Het was een nuttig startschot voor een discussie die nog de nodige dynamiek zal krijgen.

Verder spraken we over het -prima- verhaal dat onze fractievoorzitter Diana de Wolff volgende week zal houden bij de Algemene Politieke Beschouwinggen en allerlei andere zaken. 

's Middags en 's avonds debatteerde de Kamer over een wijziging van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, iets waar weinig mensen van wakker zullen liggen. Een debat voor bestuurlijke fijnproevers derhalve. Klik hier voor mijn bijdrage.

Donderdag 3 - woensdag 9 november 2005

Was ik aanwezig als waarnemer voor de Raad van Europa bij de parlementsverkiezingen in Azerbeidzjan. Klik hier voor mijn dagboek.