Leo Platvoet

[ Start ] [ Contact ] [ Sitemap ] [Zoeken]

 

Odyssee Reisgidsen

Monarchie & Republiek 

Weblog

Herman Gorter

GroenLinks

Gepubliceerde artikelen

Dualisme

Zuidelijke Kaukasus

Dinsdagboek

Eerste Kamer

Raad van Europa

Emancipatiemachine

Stappen door de Nieuwe Stad

PSP

Reisverslagen

BMC

 

Help straatarm Liberia zichzelf te ontwikkelen

(Gepubliceerd op de opiniepagina van de Volkskrant op 30 mei 2015)

Minister Ploumen is een onvermoeibare propagandiste van haar eigen beleid. Dat siert haar. Zij wil Afrikanen hulp bieden om een bestaan in eigen land op te bouwen. ‘Daarom moet hulp bij handel en handel bij hulp’ schrijft zij in deze krant op 26 mei. En is haar beleid gericht op het stimuleren van investeringen van Nederlandse ondernemers om die tweeslag te kunnen slaan. Maar hoe worden Nederlandse ondernemers daartoe verleid?

De Ebola-crisis heeft tot een groeiende aandacht geleid voor de getroffen landen Sierra Leone, Guinee en Liberia. De Wereldbank heeft een hulpfonds waar inmiddels ruim 1,5 miljard dollar in zit om de drie landen te ondersteunen in hun economische ontwikkeling. Minister Ploumen zal begin juli in vier dagen de drie landen bezoeken. De Rijksdienst voor ondernemend Nederland liet onlangs een persbericht uitgaan waarin de missie werd aangekondigd. Een citaat: Nederland organiseert als één van de eerste landen na de Ebola-uitbraak een economische missie op ministerieel niveau naar deze regio. Graag bieden we bedrijven de mogelijkheid om vroeg in te spelen op potentiële kansen die zich in deze landen zullen voordoen, want ondanks de Ebola-crisis zijn de fundamenten van deze economieën onaangetast. De verwachting is dat er de komende jaren geïnvesteerd wordt in gezondheidszorg, landbouw en infrastructuur in de drie landen, wat interessante kansen biedt voor het Nederlandse bedrijfsleven.

Terra Incognito

Vóór de Ebola-uitbraak was West-Afrika een terra incognito voor de Nederlandse overheid. Tijdens de Ebola kwam de Nederlandse overheid langzaam in beweging en droeg mondjesmaat bij met hulpgelden. Na de Ebola komt er een handelsmissie, want er liggen kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven om een graan mee te pikken uit het hulpfonds van de Wereld Bank.

De economie van Liberia –om me daar toe te beperken- is te zwak voor woorden. Het land kan in het geheel niet voorzien in zijn eigen behoefte: praktisch alles moet worden ingevoerd:  machines, voedsel, elektronica. Grondstoffen als rubber, palmolie, hout  en ijzererts worden door buitenlandse bedrijven  gewonnen en het land uitgevoerd. Liberia voerde in 2012 943 miljoen (dollar) aan producten uit en  voerde 7 miljard in. Een negatieve handelsbalans van maar liefst 6 miljard, het tienvoudige van de staatsbegroting. Dat is het ‘fundament’ van de economie van een onderontwikkeld land, waarvan de Rijksdienst het blijkbaar positief vindt dat deze onaangetast is gebleven.

Een dollar per dag

De werkloosheid bedraagt 80%, de overgrote meerderheid van de bevolking moet rondkomen van een dollar per dag per persoon, wat bijeen gesprokkeld wordt met straathandel of de verbouw van een stukje land. Liberiaanse ondernemers zijn er nauwelijks. De Liberianen met een vast inkomen verdienen dat als ambtenaar, bij een internationale hulporganisatie of in de daaraan gelieerde dienstensector zoals beveiliging, huishoudelijke hulp en horeca.

Het enige ‘fundament’ van de economie is een ideologische: sinds jaar en dag zijn politici in Liberia bevangen door het ‘open deur politiek’ syndroom. Elk buitenlands bedrijf is welkom om te halen wat er gehaald kan worden. Uiteindelijk zullen door het ‘doordruppelmechanisme’ alle Liberianen hier van moeten profiteren. Als dat werkelijk het geval zou zijn,  was  Liberia met zijn 4 miljoen inwoners het welvarendste land ter wereld, in plaats van één van de armste.

Een brug te ver?

De Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking  zou er goed aan doen handel en hulp steviger met elkaar te verbinden door van Nederlandse bedrijven die haar in juli vergezellen te verlangen dat zij:

·        op alle niveaus van hun activiteiten Liberianen in dienst nemen en waar nodig hen begeleiden en trainen in hun werk;

·        samenwerken met gecertificeerde, bonafide  Liberiaanse onderaannemers;

·        sociale werknemersrechten stimuleren;

·        geen grondstoffen importeren, maar in samenwerking met de Liberiaanse overheid een economische structuur ontwikkelen, waarbij de verwerking van grondstoffen tot eindproducten in Liberia plaatsvindt, o.a. door een versterking, vernieuwing  en opschaling van aanwezige, traditionele sectoren.

Om van het laatste een goed voorbeeld te noemen: hout is nu een belangrijk export product. Er zijn echter veel kleine timmerbedrijven die stoelen, banken, bedden, deuren, tafels en kasten maken voor de lokale markt. Deze zouden versterkt, vernieuwd en opgeschaald kunnen worden, zodat die eindproducten ook uitgevoerd kunnen worden.

Bovengenoemde punten zijn niet hemelbestormend. Ze zijn terug te vinden in rapporten van gerenommeerde organisaties als de Wereld Bank en de International Labour Organization. Zouden ze voor een PvdA-minister nog een brug te ver zijn?