Leo Platvoet

[ Start ] [ Contact ] [ Sitemap ] [Zoeken]

 

Odyssee Reisgidsen

Monarchie & Republiek 

Herman Gorter

GroenLinks

Een Ander Nederland

Gepubliceerde artikelen

Dualisme

Zuidelijke Kaukasus

Dinsdagboek

Eerste Kamer

Raad van Europa

Emancipatiemachine

Stappen door de Nieuwe Stad

PSP

Reisverslagen

BMC

 

 

Liechtenstein

Museum van de monarchie

(Dit artikel is gepubliceerd in De Republikein nummer 3/2005)

Liechtenstein is een Europees ministaatje, ingeklemd tussen Zwitserland en Oostenrijk, waar ruim 33.000 mensen leven op zo’n 160 km2. Sinds 1866 is het een onafhankelijke staat, die geregeerd wordt door een van de oudste adelijke families van Europa. De huidige vorst, prins Hans-Adam II,  is de vijftiende vorst des fürstlichen Hauses Liechtenstein en erfde de troon van zijn vader Franz Josef in 1989 toen deze overleed.

Deze Hans-Adam verenigt zo’n beetje alles in zich wat tegenstanders van de monarchie tot razernij dan wel tot onbedaarlijk lachen kan brengen, al naar gelang de republikeinse gemoedstoestand. Hij doet zich voor als filantroop, want hij wijst critici er regelmatig op dat hij zijn werk als staatshoofd van Liechtenstein voor nop doet. Nu hoeft dat ook niet zo nodig, want de prins is een vermogend kapitalist. Hij is eigenaar van de grootste bank van Liechtenstein, de LGT,  die een jaarlijkse omzet heeft van 50 miljard euro. Dit aanzienlijke bedrag wordt niet gegenereerd door de bevolking van het bergstaatje, maar door lieden  van allerhande slag die hun geld graag in dit lucratieve belastingparadijs willen beleggen. Ook bedrijven vestigen zich graag met een postbus in Liechtenstein: hun aantal overtreft het aantal inwoners. Voorts bezit de prins ook nog allerhande bedrijven in bijv. de agrarische sector, zoals de zaadveredeling, grond en een uitgebreide kunstcollectie. Het familievermogen wordt geschat op vijf miljard euro. Tegenover het genereuze aanbod dat hij de staatsverplichtingen in zijn vrije  tijd doet, staat wel de compensatie dat zijn vermogen en het inkomen dat hij daaruit peurt belastingvrij kan beleggen en besteden. Tel uit je winst.

Liechtenstein staat in de handboeken geafficheerd als een constitutionele monarchie en dat is raak getypeerd. De monarchie is stevig in de grondwet verankerd. Geheel in strijd met de tendens van de laatste honderd jaar, waarin een groot aantal Europese monarchieën het onderspit delfden dan wel een toontje lager moesten zingen, is in 2003 de grondwet ten gunste van de prins gewijzigd. De grondwet werd in 1921 ingevoerd. Hij voorziet in een parlement (de Landtag) van 25 leden, die voor vier jaar wordt gekozen en de vijf leden tellende regering (de Diet) kiest. De grondwet van 1921 geeft de vorst al behoorlijk veel macht. Zo kan hij het parlement naar believen bijeenroepen en naar huis sturen, kan hij niet worden afgezet en wordt de troonopvolging, heel apart, geregeld door een eigen familiewet, het Hausgesetz, waar het parlement niets over te zeggen heeft. Nu is de huidige prins een man van het assertieve soort, die zich weinig laat aanleunen. Het liefst zou hij als feodaal monarch heersen over zijn onderdanen, maar hij begrijpt dat Liechtenstein dan –met de katholieke enclave in Rome- het zwarte schaap van de Europese familie wordt. En Liechtenstein wil er erg graag bijhoren. Zo is het sinds 1978 lid van de Raad van Europa, waarmee het zich ook verbindt aan het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, dat een democratische rechtstaat en toepassing van mensenrechten vereist. Bij het besluit tot toetreding werd overigens betreurd dat Liechtenstein op landelijk niveau nog geen vrouwenkiesrecht had. Het duurt nog tot 1986 voor dat was ingevoerd, waarmee Liechtenstein een beschamende hekkensluiter in Europa was.

Ondanks deze Europese verbondenheid krijgt Hans-Adam, eenmaal op de troon gezeten, het al snel op zijn prinselijke heupen. Hij heeft het regelmatig aan de stok met parlement en regering, wat cumuleert tot een heus conflict in 1992 over de toetreding van Liechtenstein tot de Europese Economische Ruimte, een samenwerkingsverband tussen de Europese Unie en Europese landen die geen lid van de EU. De prins dreigt ministers te ontslaan en het parlement te ontbinden, waarna er een revolutionaire sfeer ontstaat. Maar liefst vijftienhonderd mensen, zo’n 5% van de bevolking, nemen deel aan een massademonstratie, waarin leuzen worden gescandeerd als ‘Weg met de dictator’. De reactie van de multimiljonair is tegendraads. In plaats van een zekere bescheidenheid in acht te nemen, lanceert hij een aantal grondwetswijzigingen die zijn macht vergroten. Zo wil hij voortaan rechters zelf benoemen, de hele regering naar huis kunnen sturen –ook als zij het vertrouwen van het parlement blijft genieten- en het vetorecht hebben op door het parlement aanvaarde wetten. De klap op de vuurpijl is wel zijn voorstel om hem volledige immuniteit te geven, zonder dat de regering hem kan controleren. Als tegenbod schept hij de mogelijkheid om een motie van wantrouwen tegen de vorst in te dienen, waarover vervolgens niet het parlement, maar de koninklijke familie, krachtens het Hausgesetz, een besluit neemt. Een constitutionele U-bocht van formaat. Ook stelt hij genereus voor dat het volk per referendum de mogelijkheid krijgt de monarchie af te schaffen. Zo op het eerste oog een geste van formaat; in de kortstondige Nederlandse referendumwetgeving werd het koningshuis van deze mogelijkheid buitengesloten. Maar hij weet dat een grote meerderheid de monarchie, die een hoog niveau van cliëntalisme kent, steunt.

Hoewel Liechtenstein doorgaans als muurbloem in de Europese arena een onopgemerkt bestaan leidt, ontsnapt deze prinselijke constitutionele staatsgreep niet aan het wakend oog van de internationale gemeenschap. In de Raad van Europa beginnen de bellen te rinkelen. De Venice Commission, een door de Raad van Europa ingestelde, onafhankelijke commissie van deskundigen inzake democratie en rechtstaat, wordt om advies gevraagd.  De Venice Commission komt in 2002 met haar rapport, dat is opgesteld door drie deskundigen die overigens wel uit landen met een monarchie afkomstig zijn[1]. Het rapport constateert dat de grondwet van 1921 al een behoorlijk sterke positie van de vorst regelt, sterker dan gebruikelijk is in andere Europese monarchieën, maar stelt tegelijkertijd vast dat deze grondwet blijkbaar geen obstakel was voor toetreding van Liechtenstein tot de Raad van Europa in 1978. De Venice Commission oordeelt echter hard over de voorgestelde grondwetswijzigingen. Deze betekenen een cruciale verandering, die de weg blokkeren naar een ontwikkeling van een volwassen constitutionele monarchie, waarin de vorst de natie vertegenwoordigt, zonder politieke betrokkenheid of verzeild te kunnen raken in controversiële onderwerpen. Integendeel, de grondswetswijzigingen  geven de vorst persoonlijke macht die naar eigen inzicht kan worden uitgeoefend.

Dit harde oordeel haalt echter weinig uit. De prins, nooit te beroerd voor een provocerende opmerking, noemt het rapport van de Venice Commission een lachertje’. Hij zet zijn zin door en legt zijn voorstellen per referendum aan de Liechtensteiners voor. Als ze de euvele moed hebben om in meerderheid tegen te stemmen, verkoopt hij Liechtenstein aan Bill Gates’ Microsoft en verhuist hij met zijn familie naar Oostenrijk, zo dreigt hij, nadat bekend was geworden dat 57% tegen zou stemmen. Daarmee wordt het referendum in feite gepromoveerd tot een volksraadpleging over de monarchie. ‘Ja zur Fürstenfamilie’ is het motto van de voorstanders. Een groep verontruste burgers doet een serie tegenvoorstellen, waarin de macht van de vorst juist wordt beknot. In 2003 wordt het referendum eindelijk gehouden. Van de bijna 17.000 geregistreerde kiezers komt 87% op. 64% stemt voor de plannen van de prins en 36% tegen. Tegelijkertijd worden echter ook de tegenvoorstellen in stemming gebracht die in de verhouding 83%-17% worden verworpen. Daarmee zet Liechtenstein, om in de woorden van de Venice Commission te spreken, een stap terug.

De Liechtensteinse schrijver Stefan Sprenger analyseert de geslaagde coup van de vorstelijke familie als volgt: ‘Hun heerschappij bestaat nu niet alleen op grond van traditie, maar is ook wettelijk verankerd. Volgens mij heeft hij gedacht: er zal internationale wetgeving komen die ons banksysteem schaadt, het gaat slecht met de economie, en er is al jarenlang gedoe over de macht van de vorst. Mijn zoon Aloïs gaat dat niet redden. Ze zullen gehakt van hem maken. En dat kan het einde van onze dynastieke macht betekenen. Dus trok hij ten strijde, haalde alles uit de kast, nam een enorm risico. En won.’[2]

In augustus 2004 draagt Hans-Adam inderdaad de feitelijke macht over aan zijn dan 36-jarige zoon Aloïs, hoewel hij zelf formeel staatshoofd blijft. Aloïs verklaart op een goede manier klaargestoomd te zijn door zijn vader, wat weinig goeds voor de toekomst belooft. De Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa neemt na het referendum het kritische rapport van de Venice Commission voor kennisgeving aan en besluit –helaas-  in 2004 verder geen actie tegen Liechtenstein te ondernemen.

De strijd over de macht van de vorst gaat echter met politieke middelen verder. Al valt dat niet mee, want het politieke landschap van Liechtenstein is verontrustend conservatief. Twee grote partijen, de Fortschrittliche Bürgerpartei (FBP) en de Vaterländische Union (VU) maken er sinds jaar en dag in de dienst uit. Althans voor zover de prins dat toelaat. Samen bezaten ze bij de verkiezingen in 2001 24 van de 25 zetels. De ene oppositiezetel was in handen van de Freie Liste (FL), een groene partij. Dit jaar waren er verkiezingen voor het parlement, die een winst van twee zetels opleverde voor de FL; de FBP raakte haar meerderheid van kwijt en ging van 13 naar 12. 

De FL kan echter geen republikeinse partij worden genoemd. In het partijprogramma wordt benadrukt dat de FL zich inzet voor een ‘representatieve monarchie’, waarin alle facetten van het leven worden gedemocratiseerd. De FU pleit er voor alle grondwetswijzigingen terug te draaien en de feitelijke politieke macht in handen van regering en parlement te leggen. In de Liechtensteinse verhoudingen is dat echter al een tamelijk revolutionaire positie.

Leo Platvoet


[1] European Commission for democracy through law (Venice Commssion) opinion on the amendments to the constitution of Liechtenstein, proposed by the Princely House of Liechtenstein. Het rapport is opgesteld door H. Zahle (Denemarken), P. van Dijk (Nederland) en J-C Scholsem (België).

Zie: http://venice.coe.int/docs/2002/CDL-AD(2002)032-e.asp

 

[2] Citaat uit de Groene Amsterdammer van 12 juli 2003, Joeri Boom: ‘De onttovering van een droomstaat’.