Leo Platvoet

[ Start ] [ Contact ] [ Sitemap ] [Zoeken]

 

Odyssee Reisgidsen

Monarchie & Republiek 

Herman Gorter

GroenLinks

Een Ander Nederland

Gepubliceerde artikelen

Dualisme

Zuidelijke Kaukasus

Dinsdagboek

Eerste Kamer

Raad van Europa

Emancipatiemachine

Stappen door de Nieuwe Stad

PSP

Reisverslagen

BMC

 

 

Hoe verder na het nee tegen de grondwet?

Op 6 december 2005 vond het jaarlijkse debat plaats over de 'staat van de Europese unie'. Niet verwonderlijk dat een groot deel van dit debat gewijd was aan het 'nee' tegen de grondwet van de EU. Hieronder mijn bijdrage aan eerste termijn in dit debat.

 

Ik sta in mijn bijdrage stil bij vier onderwerpen: de Grondwet, het wetgevings- en werkprogramma van de Europese Commissie, de uitbreiding en de relatie tussen de Europese Unie en de Raad van Europa. Ik begin natuurlijk bij de Grondwet want dit is de eerste mogelijkheid na het referendum van 1 juni om daarover te spreken. Naar de opvatting van GroenLinks was de uitslag daarvan niet een nee tegen de Europese Unie als principe van Europese samenwerking, maar een nee tegen de Europese Unie in de huidige vorm: de voldongenfeiten-politiek, de sluipende overdracht van bevoegdheden enzovoort. De brede maatschappelijke discussie die aanvankelijk was geŽntameerd door de Tweede Kamer is van de baan. Mijn fractie vindt dat op zich geen enkel probleem. Zij is daar niet rouwig om omdat zij vindt dat parlement en regering zoiets niet moeten willen organiseren. Hoe de Tweede Kamer dat verder oppakt is haar zaak. De Eerste Kamer controleert niet de Tweede Kamer maar de regering. De Eerste Kamer heeft inmiddels een eigen vorm gevonden voor het voeren van het debat met organisaties in Nederland.

Regering blijft onduidelijk

Er blijft grote onduidelijkheid bestaan over de inzet van de Nederlandse regering met betrekking tot de Grondwet. Enerzijds wordt gezegd dat de Grondwet wat Nederland betreft van de baan is, anderzijds is op EU-niveau een jaar pauze ingelast en wordt er volgend jaar een besluit genomen over het vervolgtraject. De GroenLinks-fractie vindt dat de Nederlandse regering volgend jaar een tamelijk onwrikbaar standpunt in moet nemen. De precieze opvatting van de Nederlandse regering is echter onduidelijk. Voor welke wisselwerking kiest de regering op dit punt met het parlement? Het parlement heeft weliswaar ook het nodige in de melk te brokkelen maar ik hoor ook graag wat de regering voor ogen staat. Ik heb tot nu toe de indruk dat de regering kop-in-het-zandpolitiek voert, wat toch al een geliefde overlevingsstrategie is. Er wordt te veel op de oude voet doorgegaan, de draad van voor het referendum wordt weer opgepakt. Wij vinden het te veel: business as usual. Er worden wat speldenprikken gegeven. Minister Bot sprak in een opiniestuk in de Volkskrant bijvoorbeeld over de "renationalisering" van EU-taken en bevoegdheden. Hij gaf daar echter geen invulling aan. Ik nodig hem uit om dat in dit debat te doen.

In de brief van de staatssecretaris van 7 november wordt ingegaan op het benutten van het pauzejaar. Die brief overtuigt mij echter niet. De regering zoekt de oplossing vooral in een betere communicatie. Het is de vraag of het geringe vertrouwen van Nederland in de Europese Unie op te lossen is met betere communicatie. De GroenLinks-fractie denkt van niet. De regering kiest voor een website waar iedereen wensen kan deponeren en uit dilemma's mag kiezen, voor een subsidie voor debatten en voor informatie via het onderwijs. Die werkwijze is niet verkeerd, maar er moet meer gebeuren. Het debat zelf moet gepolitiseerd worden, vooral door politieke partijen. De regering kan daaraan bijdragen door belangrijke, actuele EU-beslissingen op het goede moment ter discussie te stellen, niet alleen in het parlement maar ook in de samenleving. Wij hebben in het verleden te veel kansen laten lopen. Ik denk dan aan het pleidooi voor een referendum over de euro. Nieuwe kansen, bijvoorbeeld ten aanzien van de uitbreiding van de Europese Unie, mogen niet onbenut blijven.

Nieuw verdrag over democratische architectuur

De GroenLinks-fractie vindt dat een nieuw verdrag moet worden opgesteld dat de Europese Unie democratischer en selectiever maakt. De goede elementen uit de Grondwet dienen daarbij behouden te blijven. Dat verdrag betreft vooral de democratische architectuur van de Europese Unie. Dat moet het hoofdbestanddeel zijn van een nieuw verdrag. De fout die met de verworpen Grondwet is gemaakt, is dat daarin een dik beleidsdeel zat dat niet thuishoort in een grondwet en dat gelet op de gedetailleerdheid ervan niet te verdedigen was. Dat is een van de redenen voor het afwijzen van de Grondwet.

GroenLinks vindt dat de hernieuwde discussie over de Europese Unie een aantal elementen moet bevatten. Allereerst een betere en stringentere invulling van het subsidiariteitsbeginsel; dat houdt in dat het beginsel moet worden toegepast op elk werkprogramma van de Europese Unie. Dat gebeurt nog te weinig. Verder moet er meer openheid, transparantie en democratie worden betracht. Een derde punt is de politisering van de Europese Unie. In een opinieartikel sprak de heer NicolaÔ ook over de noodzaak van politisering van de Europese Unie. Ik hoor graag uit zijn mond wat hij zich daarbij voorstelt. In het algemeen steun ik het punt, maar over de invulling ervan kunnen onze meningen verschillen. Ook mag de Europese Unie geen dam opwerpen van protectionisme tegen de Derde Wereld en snel groeiende economieŽn, maar moet de EU een motor zijn van mondiale herverdeling en duurzame ontwikkeling.

Programma 2006 Europese Commissie           

Ik maak wat opmerkingen over het wetgevings- en werkprogramma van de Europese Commissie. In haar brief van 2 december stelt de regering dat het aantal voorstellen voor wetgeving van de Commissie is teruggelopen van 55 in 2005 naar 38 in 2006. Dat is inderdaad een substantiŽle vermindering van 17. De regering suggereert dat in Brussel het knopje is omgegaan en men zich realiseert dat subsidiariteit en proportionaliteit geen lege begrippen zijn. Is dat inderdaad de suggestie die de regering wil wekken en kan die wat meer onderbouwd worden? Die ontbreekt in de brief van 2 december. In het wetgevings- en werkprogramma van de Europese Commissie staat een aantal zaken waarvan men zich kan afvragen of dat op Europees niveau geregeld moet worden. Ik noem de liberalisering van de posterijen, de vergrijzing, het drugsbeleid, de binnenvaart, de ICT, de orgaandonatie en het witboek hypotheken. Ik vraag mij af waarom uitgerekend de Europese Unie zich daarmee bezig moet houden. Wat moeten Malta, Cyprus, Portugal, Spanje, ItaliŽ en het Verenigd Koninkrijk met de West-Europese Binnenvaart? Dat is juist een punt waarover bilateraal afspraken kunnen worden gemaakt met landen die dat aangaan. Het voordeel daarvan is dat daarbij Zwitserland als niet EU-lid kan worden betrokken.

Ik noem in dit kader ook het beleid ten aanzien van de hypotheekrenteaftrek. GroenLinks is een gepassioneerd tegenstander van de huidige regeling, maar moet het veranderen van die regeling via de Europese achterdeur worden bereikt? Mijn fractie vindt dat de discussie over de onwenselijke hypotheekrenteaftrek in de Nederlandse politieke arena beslecht moet worden, niet op Europees niveau.

Begroting 2006

De begroting van de EU hangt uiteraard samen met het werkprogramma van de Commissie. GroenLinks behoort niet tot het koor der wolven dat per definitie huilt over de hoge EU-uitgaven. Er vindt te veel

Ik trek het pleidooi van staatssecretaris NicolaÔ voor meer politisering door naar de financiŽn van de Europese Unie door een relatie te leggen tussen de uitgaven van Nederland aan de Europese Unie en de belastinginkomsten. Ik maak op dit punt de vergelijking met de discussie over de ozb waarin velen van mening zijn dat gemeenten eigen belastingmiddelen moeten hebben omdat daarmee democratische legitimatie wordt verworven. Dat verhaal kan ook worden gehouden voor de Europese Unie. Het is belangrijk voor de politisering en de democratische legitimiteit dat er een herkenbare EU-belasting komt in Nederland. Ik vind niet dat de belastingdruk omhoog moet, maar dat in de belastingsystematiek een duidelijker etiket kan worden geplakt op het belastingdeel dat samenhangt met de overdracht van gelden aan de Europese Unie.

Uitbreiding Europese Unie

Het is geen nieuws dat mijn fractie principieel voorstander is van de uitbreiding van de Europese Unie, uiteraard binnen de randvoorwaarden van de Kopenhagencriteria. Voor ons staat de democratische theorie en praktijk van de nieuwe lidstaten centraal, en niet de culturele, economische of religieuze identiteit van een nieuwe lidstaat. RoemeniŽ en Bulgarije lijken op schema te liggen en kunnen, als zij het tempo erin houden, per 1 januari 2007 toetreden. RoemeniŽ moet daartoe het tempo nog wel iets opvoeren. Struikelpunten voor RoemeniŽ zijn het hoge corruptieniveau, de niet onafhankelijke rechterlijke macht, de vrijheid van pers en de slechte behandeling van geestelijk gehandicapten. Voor RoemeniŽ valt dus nog wel het een en ander te verbeteren, maar de nieuwe regering is zich daarvan bewust. Turkije is een grote, toekomstige lidstaat. Ook mijn fractie vindt dat geopolitieke argumenten de toetsing van de Kopenhagencriteria niet oneigenlijk mogen beÔnvloeden. Wie volgt wat er in Turkije gebeurt, kan zeggen dat het land er nog lang niet is. Met name de aspecten die samenhangen met de rechtsstaat baren mijn fractie nog steeds grote zorgen. In het recente rapport over Turkije van de Europese Unie wordt vrij positief geoordeeld over de staat van de Turkse economie, maar de kritische punten inzake de corruptie, het niveau van de rechtsstaat en het verschil tussen het oosten en westen van Turkije worden te gemakkelijk onder tafel geschoven. Ook voor de uitbreiding moet de les van het referendum gelden: weg met de voldongenfeitenpolitiek, weg met de salamitactiek. Als de regering politisering ziet als een manier om de EU dichterbij de mensen te brengen, hoe kijkt zij dan naar de toetreding van nieuwe lidstaten? Welk middel heeft zij voor ogen om die politisering vorm en inhoud te geven?

CIA-gevangenissen

Dan de mogelijke CIA-gevangenissen binnen de Europese Unie. De manier waarop Washington daarop reageert, door niet een absoluut "nee" te geven, voedt de gedachte dat er wel iets aan de hand is. Waarom zou je anders niet meteen nee kunnen zeggen? De heer Bot heeft daarop in vrij scherpe bewoordingen gereageerd. Ik steun hem daarin. Ik heb wel een vraag over de mogelijke betrokkenheid van Nederland zelf. In de International Herald Tribune stond afgelopen vrijdag een overzicht van CIA-vluchten die zijn geland in lidstaten van de Europese Unie. Nederland scoorde daar weliswaar niet geweldig hoog, maar volgens waarnemingen is er toch een keer een CIA-vliegtuig op Schiphol geland. De minister zou er achterheen gaan om te ontdekken wat de bedoeling was van die landing en wat er in dat vliegtuig zat. Kan de minister de Kamer hierover uitsluitsel geven?

Relatie EU - Raad van Europa           

Ten slotte heb ik wat opmerkingen over het EU-Bureau voor de grondrechten en de relatie met de Raad van Europa. De Raad van Europa is bij uitstek de organisatie die "Europa-breed" de meeste deskundigheid in huis heeft op het gebied van mensenrechten, democratie en rechtsstaat. De Raad bezit een aantal mechanismen om daar waar grondrechten in gevaar zijn, deze te analyseren, te monitoren en te verbeteren en waar nodig ook negatief of positief te sanctioneren. Denk hierbij aan de commissaris voor de mensenrechten en het Hof te Straatsburg; dat zijn de middelen die hiervoor aanwezig zijn. De relatie tussen de Europese Unie en de Raad van Europa zou moeten worden gekenmerkt door de erkenning van elkaars kracht en deskundigheden en door het voorkomen van een competentiestrijd. Vanuit deze uitgangspunten begrijpt de GroenLinks-fractie niet goed waarom de Europese Unie een eigen bureau voor de grondrechten zou moeten hebben. Een en andermaal is gesteld dat deze Kamer dat niet ziet zitten. Er zijn meer parlementen in Europa die er zo over denken, zo blijkt uit de consultatie die de Eerste Kamer heeft gedaan. Die consultatie is overigens een goede methode, die is ingegeven door de Europese grondwet en die navolging verdient. De cruciale vraag is of de regering nu bereid is om het standpunt van de Eerste Kamer tot het hare te maken.

De relatie tussen de Europese Unie en de Raad van Europa verdient nadere beschouwing en verdieping, niet alleen door nationale parlementen en door de parlementaire assemblee van de Raad van Europa, maar ook door de regeringen. Dit geldt niet alleen voor de kwestie van het grondrechtenbureau, maar ook voor zaken zoals verdieping van de democratie, verbetering van verkiezingsprocedures, grensoverschrijdende regionale samenwerking en natuurlijk de monitoring van de jonge democratieŽn die allemaal lid van de Europese Unie willen worden, maar nog lang niet voldoen aan de criteria en verplichtingen die zij met het lidmaatschap van de Raad van Europa zijn aangegaan. Het is belangrijk dat de Europese Unie en de Raad van Europa op dit soort punten niet alleen samenwerken, maar ook verschillende rollen blijven spelen in het maken van beleid.

Ik heb zelf inmiddels als lid van de Raad van Europa wat ervaring opgedaan in landen zoals Azerbeidzjan en AlbaniŽ. Als Nederlander, als iemand die gewend is om vanuit het perspectief van de Europese Unie te opereren, heb ik vastgesteld dat de Raad van Europa in deze landen, zowel voor politici als voor ngo's als voor de bevolking, ontzettend belangrijk is, veel belangrijker dan de Europese Unie. Het is dan ook verbazingwekkend om te moeten constateren hoe dommig de Europese Unie soms langs de Raad van Europa heen werkt. Het lijkt ons belangrijk om nog eens de diepte in te gaan om te komen tot een betere afstemming van de taken en bevoegdheden tussen de Europese Unie en de Raad van Europa. De regering zou hierin het voortouw moeten nemen. Is zij daartoe bereid? Wat kunnen wij dan op welke termijn verwachten?